Nieuw Download ons gratis TCO-e-book

Blog › Advies

Hoe centraliseert u wagenparkdata voor een groot wagenpark?.

Advies

app.echoes.solutions

Wagenparkdata centraliseren betekent dat voertuiggegevens, onderhoudsinformatie, kilometerstanden, verbruik en andere relevante informatie vanuit verschillende bronnen in één omgeving worden samengebracht. Voor grote wagenparken voorkomt dit datasilo’s, handmatig Excel-werk en verschillende dashboards per voertuigmerk of leverancier. 

Bij moderne connected voertuigen kan een groot deel van deze informatie rechtstreeks via de autofabrikant worden opgehaald. Door OEM-data van verschillende merken te standaardiseren, ontstaat één uniforme databron die kan worden gebruikt in fleetmanagementsoftware, dashboards of bestaande bedrijfssystemen.

Voor organisaties met honderden of duizenden voertuigen maakt dit het eenvoudiger om informatie te analyseren, processen te automatiseren en verschillende afdelingen met dezelfde voertuigdata te laten werken.

Kernpunten: waarom wagenparkdata centraliseren? 

Verspreide wagenparkdata maakt het moeilijker om een volledig en actueel beeld van het wagenpark te krijgen.

Kilometerstanden, onderhoudsgegevens, verbruik en voertuigstatus kunnen verspreid zijn over verschillende leveranciers, bestanden en systemen.

OEM-data maakt het mogelijk om beschikbare voertuiggegevens rechtstreeks via autofabrikanten op te halen.

Door gegevens van verschillende merken te standaardiseren, kunnen ze binnen één platform of datastructuur worden gebruikt.

Centralisatie vermindert handmatig gegevensbeheer. 

Fleetmanagers hoeven minder vaak informatie uit verschillende bestanden en systemen te combineren.

Een centrale databron maakt verdere integratie mogelijk. 

Dezelfde gegevens kunnen worden gebruikt in fleetmanagementsoftware of via een API worden gekoppeld aan ERP-, BI-, lease- en andere bedrijfssystemen.

Waarom ontstaan datasilo’s bij grote wagenparken? 

Hoe groter een wagenpark wordt, hoe meer systemen en partijen betrokken zijn bij het beheer ervan. Voertuiggegevens kunnen afkomstig zijn van autofabrikanten, leasebedrijven, onderhoudspartners, tank- en laadpassen, telematicasystemen en interne bedrijfssoftware.

Wanneer deze gegevens in verschillende systemen, bestanden en formaten worden opgeslagen, ontstaan datasilo’s. Kilometerstanden staan bijvoorbeeld in het ene systeem, onderhoudsinformatie in een ander en verbruiksgegevens in een spreadsheet of leveranciersportaal.

Voor fleetmanagers betekent dit dat informatie regelmatig handmatig moet worden verzameld, gecontroleerd en samengevoegd. Dat kost tijd en maakt het moeilijker om met één actuele en consistente versie van de wagenparkdata te werken.

Door voertuigdata uit verschillende bronnen centraal te verzamelen en te standaardiseren, ontstaat één uniforme databron. Deze kan vervolgens worden gebruikt voor wagenparkbeheer, onderhoud, kostenanalyse, rapportages en integraties met andere bedrijfssystemen.

Welke problemen ontstaan door versnipperde wagenparkdata?

Verspreide wagenparkdata zorgt niet alleen voor extra administratie. Het maakt het ook moeilijker om voertuigen, kosten en processen op een consistente manier te beheren. Vooral bij grote en multibrand wagenparken ontstaan vaak dezelfde operationele knelpunten. 

Verschillende dataformaten per leverancier en automerk

Autofabrikanten, telematicapartijen, leasebedrijven en andere leveranciers leveren gegevens vaak in verschillende structuren en definities aan. Een kilometerstand, onderhoudsmelding of voertuigstatus kan daardoor per bron anders worden weergegeven.

Wanneer deze gegevens niet worden gestandaardiseerd, kost het extra tijd om informatie te vergelijken en te combineren. Voor rapportages en analyses is het bovendien belangrijk dat dezelfde soorten gegevens overal op dezelfde manier worden geïnterpreteerd.

Meerdere systemen zonder centrale databron

Fleetmanagers werken vaak met verschillende dashboards, leveranciersportalen, spreadsheets en interne systemen. Daardoor kan dezelfde voertuiginformatie op meerdere plaatsen voorkomen, terwijl niet altijd duidelijk is welke versie het meest actueel is.

Een centrale databron vermindert deze versnippering en maakt het eenvoudiger om verschillende afdelingen met dezelfde voertuiggegevens te laten werken.

Verspreide voertuig- en gebruikersinformatie

Naast voertuigdata kunnen ook gegevens over bestuurders, vestigingen, kostenplaatsen en voertuigtoewijzingen verspreid staan over verschillende systemen.

Dat maakt het bijvoorbeeld lastiger om te bepalen welk voertuig bij welke vestiging of kostenplaats hoort, wie verantwoordelijk is voor een voertuig en welke informatie nodig is voor onderhoud, rapportage of interne doorbelasting.

Meer handmatig werk en grotere kans op fouten

Wanneer gegevens uit verschillende bronnen handmatig moeten worden overgenomen of samengevoegd, neemt de kans op verouderde informatie, dubbele invoer en inconsistenties toe.

Door deze datastromen te centraliseren en waar mogelijk te automatiseren, kunnen fleetmanagers minder tijd besteden aan het verzamelen van informatie en meer tijd aan analyse en besluitvorming.

Wat is OEM-data en waarom is standaardisatie belangrijk? 

OEM-data is voertuigdata die via de systemen van de autofabrikant beschikbaar wordt gemaakt. Afhankelijk van fabrikant, model en connected service kan het bijvoorbeeld gaan om kilometerstand, locatie, brandstof- of batterijniveau, onderhoudsinformatie en technische voertuigstatus.

Een belangrijk voordeel is dat beschikbare waarden rechtstreeks uit de voertuigelektronica kunnen worden opgehaald, in plaats van handmatig te worden ingevoerd of uitsluitend op basis van aanvullende apparatuur te worden bepaald.

Autofabrikanten leveren hun gegevens echter niet allemaal in hetzelfde formaat. Een multibrand dataplatform standaardiseert deze verschillende databronnen naar één uniforme structuur, zodat informatie van bijvoorbeeld BMW, Volkswagen, Ford of Peugeot op dezelfde manier kan worden verwerkt.

Welke gegevens beschikbaar zijn en hoe vaak ze worden bijgewerkt, verschilt per fabrikant, voertuig en datatype.

Wagenparkdata centraliseren in een dashboard of via een API?

Niet iedere organisatie wil wagenparkdata op dezelfde manier gebruiken. Voor sommige fleetmanagers is één centraal dashboard de beste oplossing, terwijl andere organisaties voertuigdata juist willen integreren in bestaande ERP-, BI-, lease- of mobiliteitssystemen.

De keuze hangt daarom niet alleen af van welke data beschikbaar is, maar vooral van waar en door wie die data gebruikt moet worden.

Eén centraal dashboard voor operationeel wagenparkbeheer

Een fleetmanagementplatform is vooral geschikt wanneer fleetmanagers direct vanuit één omgeving inzicht willen hebben in voertuigen, kilometerstanden, locatie, onderhoud, verbruik en andere beschikbare voertuigdata.

Voor een multibrand wagenpark betekent dit dat gegevens van verschillende autofabrikanten binnen één omgeving kunnen worden weergegeven, zonder voor ieder merk een afzonderlijk portaal te hoeven gebruiken.

Dit is bijvoorbeeld relevant wanneer u:

  • één centraal overzicht van het wagenpark wilt;
  • voertuigen van meerdere merken beheert;
  • onderhoud en voertuigstatus wilt monitoren;
  • rapportages en analyses vanuit één omgeving wilt uitvoeren;
  • gebruikers snel toegang wilt geven tot relevante wagenparkinformatie.

Binnen Echoes vervult CarFleet deze rol.

Wagenparkdata integreren via een API

Voor organisaties met bestaande bedrijfssoftware is een extra dashboard niet altijd wenselijk. De voertuigdata moet dan juist beschikbaar komen binnen systemen die al dagelijks worden gebruikt.

Via een API kan gestandaardiseerde OEM-data bijvoorbeeld worden geïntegreerd met:

  • ERP-software;
  • BI-dashboards;
  • lease- en mobiliteitsplatforms;
  • onderhoudssystemen;
  • financiële software;
  • eigen fleetmanagementapplicaties.

Het voordeel is dat gegevens van verschillende autofabrikanten eerst worden gestandaardiseerd. De ontvangende applicatie hoeft daardoor niet voor ieder automerk een afzonderlijke koppeling en datastructuur te verwerken.

Binnen Echoes is CarCollect bedoeld voor dit type dataintegratie.

Welke aanpak past bij uw organisatie?

BehoefteGeschikte aanpak
Eén centraal overzicht voor fleetmanagersFleetmanagementplatform
Direct inzicht in voertuigen en onderhoudFleetmanagementplatform
Bestaand ERP- of BI-systeem blijft leidendAPI-integratie
Eigen software of mobiliteitsplatformAPI-integratie
Data van meerdere automerken uniform verwerkenMultibrand OEM-datalaag
Kant-en-klare operationele omgevingCarFleet
Voertuigdata integreren in bestaande systemenCarCollect

Dashboard en API kunnen ook worden gecombineerd

De keuze hoeft niet altijd tussen een dashboard óf een API te zijn. Grote organisaties kunnen beide naast elkaar gebruiken.

Fleetmanagers kunnen bijvoorbeeld CarFleet gebruiken voor het dagelijkse wagenparkbeheer, terwijl dezelfde gestandaardiseerde voertuigdata via CarCollect wordt doorgestuurd naar andere bedrijfsapplicaties.

Zo ontstaat één centrale datalaag, terwijl iedere afdeling de informatie kan gebruiken in het systeem dat het beste bij haar processen past.

Hoe centraliseert u wagenparkdata stap voor stap?

Het centraliseren van wagenparkdata begint niet met het kiezen van een nieuw dashboard, maar met het in kaart brengen van de bestaande databronnen, systemen en informatiebehoeften.

Bij grote wagenparken komen gegevens vaak uit meerdere bronnen, zoals autofabrikanten, telematicasystemen, leasebedrijven, onderhoudspartners en interne software. Door eerst te bepalen welke data beschikbaar is, welke informatie daadwerkelijk nodig is en waar deze gebruikt moet worden, kan de juiste technische inrichting worden gekozen.

Een gefaseerde aanpak helpt om de kwaliteit van de data, voertuigcompatibiliteit en integraties te controleren voordat de oplossing over het volledige wagenpark wordt uitgerold.

1. Breng databronnen en systemen in kaart
Welke informatie komt uit voertuigen, leasebedrijven, telematica, onderhoud, tank-/laadpassen en interne systemen?

2. Bepaal welke voertuigdata u werkelijk nodig heeft
Bijvoorbeeld kilometerstand, verbruik, onderhoud, locatie, EV-data of technische meldingen.

3. Analyseer de compatibiliteit van het wagenpark
Welke merken, modellen en bouwjaren kunnen via OEM-connectiviteit worden aangesloten?

4. Bepaal waar de centrale data moet worden gebruikt
In een fleetmanagementdashboard of via API’s in bestaande software.

5. Start met een gecontroleerde implementatie
Begin met een afgebakende groep voertuigen of databronnen. Zo kunnen compatibiliteit, datakwaliteit en integraties worden gecontroleerd voordat de oplossing verder wordt uitgerold.

6. Monitor datakwaliteit en breid vervolgens uit
Controleer beschikbaarheid, updatefrequentie, ontbrekende datapunten en integraties. 

Wanneer is Excel niet meer voldoende voor wagenparkbeheer?

Excel kan goed werken voor het administratief beheren van een beperkt aantal voertuigen. Naarmate een wagenpark groeit, meerdere automerken worden gebruikt en meer mensen met dezelfde gegevens werken, wordt handmatig beheer echter steeds complexer.

Kilometerstanden, onderhoudsinformatie, voertuigstatus, verbruik en andere gegevens moeten dan regelmatig uit verschillende bronnen worden overgenomen en bijgewerkt. Hierdoor kunnen meerdere versies van hetzelfde bestand ontstaan, gegevens verouderen en handmatige invoerfouten optreden.

Een centraal wagenparkplatform automatiseert deze datastromen en zorgt ervoor dat gebruikers vanuit dezelfde actuele databron werken. Dat maakt het eenvoudiger om voertuigen te vergelijken, onderhoud op te volgen, rapportages te maken en gegevens te delen met andere afdelingen of systemen.

Excel blijft daarmee bruikbaar voor eenvoudige administratie of aanvullende analyses, maar bij grote en dynamische wagenparken is een centrale en geautomatiseerde databron meestal beter schaalbaar.

Welke voordelen biedt gecentraliseerde wagenparkdata?

Het centraliseren van wagenparkdata levert vooral waarde op doordat informatie uit verschillende bronnen op één plek beschikbaar komt en op een consistente manier kan worden gebruikt. Daardoor wordt minder tijd besteed aan het verzamelen en controleren van gegevens en ontstaat meer ruimte voor analyse, planning en optimalisatie.

Minder handmatig gegevensbeheer

Wanneer kilometerstanden, onderhoudsinformatie, voertuigstatus en andere gegevens automatisch worden verzameld, hoeft informatie minder vaak handmatig uit verschillende systemen of bestanden te worden overgenomen.

Dat vermindert administratief werk en verkleint de kans op dubbele invoer, verouderde gegevens en verschillen tussen bestanden.

Meer inzicht in voertuigkosten en gebruik

Een centrale databron maakt het eenvoudiger om voertuiggegevens met elkaar te vergelijken en ontwikkelingen over tijd te volgen.

Fleetmanagers kunnen bijvoorbeeld beter analyseren:

  • hoeveel voertuigen daadwerkelijk worden gebruikt;
  • welke voertuigen relatief hoge operationele kosten hebben;
  • waar onderhoudsbehoeften ontstaan;
  • hoe brandstof- en energieverbruik zich ontwikkelen;
  • welke voertuigen mogelijk inefficiënt worden ingezet.

Door deze informatie centraal beschikbaar te maken, kunnen beslissingen over vervanging, inzet en onderhoud beter worden onderbouwd.

Betere samenwerking tussen afdelingen

Wagenparkdata wordt vaak niet alleen door fleetmanagement gebruikt. Ook finance, procurement, operations, sustainability en management kunnen afhankelijk zijn van dezelfde informatie.

Wanneer alle afdelingen vanuit één centrale databron werken, wordt het eenvoudiger om rapportages te delen en te voorkomen dat verschillende teams met afwijkende cijfers werken.

Snellere signalering van onderhoudsbehoeften

Beschikbare OEM-data kan informatie bevatten over kilometerstanden, onderhoudsintervallen en technische voertuigstatus.

Door deze gegevens centraal te monitoren kunnen onderhoudsbehoeften eerder worden gesignaleerd en kan onderhoud beter worden gepland. Dit helpt om onverwachte stilstand te beperken en voertuigen op het juiste moment voor onderhoud in te plannen.

Eenvoudiger integreren met bestaande systemen

Gecentraliseerde en gestandaardiseerde wagenparkdata kan ook als basis dienen voor andere bedrijfsprocessen.

Via API-integraties kan dezelfde informatie bijvoorbeeld worden gebruikt in ERP-systemen, BI-dashboards, onderhoudssystemen, financiële software of eigen applicaties.

Hierdoor hoeft dezelfde informatie niet meerdere keren handmatig te worden ingevoerd en ontstaat één consistente databron voor verschillende toepassingen.

Hoe helpt gecentraliseerde wagenparkdata bij elektrificatie? 

De overstap naar elektrische voertuigen vraagt om andere informatie dan het beheer van een wagenpark met alleen brandstofauto’s. Naast kilometerstanden en gebruik worden bijvoorbeeld batterijstatus, actieradius, laadgegevens en energieverbruik belangrijk.

Door deze gegevens centraal te verzamelen, kunnen fleetmanagers beter beoordelen welke voertuigen geschikt zijn voor elektrificatie en hoe elektrische voertuigen in de praktijk worden gebruikt.. 

Gebruikspatronen analyseren voor elektrificatie

Niet ieder voertuig hoeft op hetzelfde moment te worden vervangen door een elektrische variant. De dagelijkse kilometrage, gebruiksduur, routes en operationele inzet verschillen per voertuig en functie.

Door historische voertuigdata centraal te analyseren, kan worden onderzocht welke voertuigen relatief voorspelbare gebruikspatronen hebben en waar elektrische alternatieven operationeel het beste kunnen passen.

Dit helpt om elektrificatie niet alleen op basis van voertuigcategorie of beleid te plannen, maar ook op basis van het daadwerkelijke gebruik van het wagenpark.

EV-data centraal beheren

Bij ondersteunde elektrische voertuigen kan OEM-data onder andere inzicht geven in batterijpercentage, laadstatus, actieradius en energieverbruik. Welke gegevens beschikbaar zijn en hoe vaak ze worden bijgewerkt, verschilt per autofabrikant, model en connected service.

Door EV-data van verschillende merken te standaardiseren, kan deze binnen dezelfde omgeving worden gebruikt als de gegevens van brandstof- en hybride voertuigen. Daardoor hoeft de overgang naar elektrisch rijden niet te leiden tot nieuwe datasilo’s of afzonderlijke dashboards per automerk.

Hoe kan wagenparkdata ondersteunen bij WPM-rapportage?

Voor Nederlandse organisaties kan wagenparkdata ook een rol spelen bij de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM). Voor verslagjaar 2025 moeten organisaties met 100 of meer werknemers hun gegevens over zakelijk verkeer en woon-werkverkeer rapporteren. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is van plan de regelgeving te wijzigen, waardoor organisaties met minder dan 250 werknemers mogelijk vanaf verslagjaar 2026 niet langer rapportageplichtig zijn. Deze wijziging is afhankelijk van verdere besluitvorming. 

Centrale wagenparkdata kan helpen om bepaalde onderliggende gegevens efficiënter te verzamelen en controleren, bijvoorbeeld informatie over zakelijke voertuigen, voertuiggebruik en kilometerstanden.

OEM-data lost de volledige WPM-rapportage echter niet automatisch op. De WPM omvat ook andere vormen van zakelijk verkeer en woon-werkverkeer. Gegevens uit het wagenpark moeten daarom worden gecombineerd met andere relevante bronnen binnen de organisatie.

Voor de actuele rapportageplicht en vereisten is de informatie van RVO leidend.

AVG en wagenparkdata: waar moet u rekening mee houden?

Voertuigdata is niet automatisch persoonsdata. Zodra bijvoorbeeld locatie-, rit- of voertuiggegevens aan een individuele bestuurder kunnen worden gekoppeld, kunnen deze gegevens wel onder de AVG vallen.

Een werkgever moet daarom vooraf bepalen met welk doel de gegevens worden verwerkt, welke AVG-grondslag daarvoor geldt en of het verzamelen van de gegevens noodzakelijk en proportioneel is. Toestemming van werknemers is hiervoor doorgaans geen geschikte grondslag, omdat werknemers door de gezagsverhouding met hun werkgever niet altijd vrij toestemming kunnen geven of weigeren. 

Werknemers moeten bovendien duidelijk worden geïnformeerd over welke gegevens worden verwerkt, waarom dit gebeurt, hoe de gegevens worden gebruikt en wanneer monitoring plaatsvindt. 

Wanneer moet de ondernemingsraad worden betrokken?

Heeft een organisatie een ondernemingsraad en kan het fleetmanagementsysteem worden gebruikt om werknemers te volgen of hun gedrag of prestaties te controleren? Dan kan sprake zijn van een personeelsvolgsysteem. Voor een regeling rond een dergelijk systeem heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht. Dat kan ook gelden wanneer monitoring technisch mogelijk is, ook als de werkgever die functionaliteit nog niet actief gebruikt. 

Het is daarom verstandig om privacy, medezeggenschap en toegangsrechten al tijdens de inrichting van het fleetmanagementsysteem mee te nemen.

Wanneer is een DPIA nodig?

Wanneer een voorgenomen verwerking waarschijnlijk een hoog privacyrisico oplevert, moet vooraf een Data Protection Impact Assessment (DPIA) worden uitgevoerd. Locatiegegevens worden door de Autoriteit Persoonsgegevens als privacygevoelig beschouwd en systematische monitoring kan een belangrijke factor zijn bij de beoordeling of een DPIA nodig is.

Een privacy-by-design aanpak helpt daarom om vooraf vast te leggen welke gegevens werkelijk nodig zijn, wie toegang krijgt, hoe lang gegevens worden bewaard en voor welke doeleinden ze mogen worden gebruikt.

Praktijkvoorbeeld: multibrand wagenparkdata centraliseren

Bij een groot multibrand wagenpark wordt centralisatie vooral belangrijk wanneer voertuigen van verschillende fabrikanten verschillende soorten data en meldingen opleveren.

Europcar Mobility Group beheert een wagenpark van honderdduizenden voertuigen en had behoefte aan een uniforme manier om onderhoudsinformatie uit verschillende voertuigmerken te gebruiken. Echoes koppelt hiervoor rechtstreeks met fabrikantdata en brengt de verschillende datastromen samen in één gestandaardiseerd overzicht.

Door onderhoudsmeldingen en voertuiggegevens centraal beschikbaar te maken, kan Europcar onderhoud beter plannen en eerder reageren op technische meldingen. Volgens de klantcase heeft dit geleid tot betere onderhoudsplanning en een vermindering van ongeplande stilstand. 

Het voorbeeld laat zien dat centralisatie bij een groot wagenpark niet alleen draait om één dashboard. De onderliggende uitdaging is om data van verschillende automerken eerst op een consistente manier beschikbaar te maken.

Wagenparkdata centraliseren: van losse databronnen naar één structuur

Voor grote wagenparken draait centralisatie niet alleen om het samenbrengen van informatie in één dashboard. De grootste waarde ontstaat wanneer voertuigdata uit verschillende merken, leveranciers en systemen op een consistente manier beschikbaar wordt gemaakt.

Door OEM-data te verzamelen en te standaardiseren kan dezelfde informatie worden gebruikt voor wagenparkbeheer, onderhoud, kostenanalyse, elektrificatie, rapportages en integraties met bestaande bedrijfssystemen.

Welke aanpak het beste past, hangt af van de bestaande IT-omgeving en de manier waarop de organisatie de data wil gebruiken. Fleetmanagers die direct vanuit één centrale omgeving willen werken, kunnen kiezen voor een fleetmanagementplatform. Organisaties die voertuigdata binnen bestaande ERP-, BI-, lease- of mobiliteitssoftware willen gebruiken, kunnen juist kiezen voor een API-integratie.

Voor grote multibrand wagenparken is daarom niet alleen de vraag welke voertuigdata beschikbaar is, maar vooral hoe die data van verschillende fabrikanten centraal, gestandaardiseerd en bruikbaar wordt gemaakt.

Veelgestelde vragen over het centraliseren van wagenparkdata 

Wat betekent wagenparkdata centraliseren?

Wagenparkdata centraliseren betekent dat voertuiggegevens uit verschillende bronnen worden samengebracht en op een consistente manier beschikbaar worden gemaakt. Dit kunnen bijvoorbeeld kilometerstanden, locatiegegevens, onderhoudsinformatie, verbruik, voertuigstatus en EV-data zijn. Daardoor hoeven fleetmanagers minder informatie uit losse dashboards, spreadsheets en leveranciersportalen te combineren.

Welke wagenparkdata kunt u centraal beheren?

Afhankelijk van de gebruikte databronnen kunnen onder andere kilometerstanden, voertuiglocatie, ritgegevens, brandstof- en energieverbruik, batterijstatus, onderhoudsinformatie en technische meldingen centraal worden beheerd. Welke OEM-data beschikbaar is, verschilt per autofabrikant, model en connected service.

Hoe centraliseert u voertuigdata van verschillende automerken?

Voertuigdata van verschillende merken kan via OEM-koppelingen worden verzameld en vervolgens worden gestandaardiseerd naar één datastructuur. Hierdoor kunnen gegevens van verschillende fabrikanten binnen hetzelfde fleetmanagementplatform of dezelfde API worden gebruikt.

Heeft u extra hardware nodig om OEM-data te gebruiken?

Bij compatibele connected voertuigen kan beschikbare OEM-data rechtstreeks via de systemen van de autofabrikant worden opgehaald, zonder een extra telematicabox voor deze dataverzameling te installeren. Compatibiliteit en beschikbare datapunten verschillen wel per voertuig en fabrikant.

Wat is het verschil tussen een fleetmanagementdashboard en een API?

Een fleetmanagementdashboard geeft gebruikers een kant-en-klare omgeving om voertuigdata te bekijken en te beheren. Een API maakt dezelfde soort data beschikbaar voor andere software, zoals ERP-, BI-, lease- of mobiliteitssystemen. Welke aanpak geschikt is, hangt af van waar de organisatie de voertuigdata wil gebruiken.

Kan wagenparkdata worden gekoppeld aan ERP- of BI-software?

Ja. Via een API kan gestandaardiseerde wagenparkdata worden geïntegreerd met bestaande ERP-, BI-, financiële, onderhouds- of mobiliteitssystemen. Daardoor hoeft dezelfde informatie niet handmatig tussen verschillende applicaties te worden overgenomen.

Hoe actueel is OEM-data?

De updatefrequentie van OEM-data verschilt per autofabrikant, voertuig en datatype. Sommige gegevens kunnen frequent of gebeurtenisgestuurd beschikbaar zijn, terwijl andere gegevens minder vaak worden bijgewerkt. Controleer daarom per toepassing welke data en updatefrequentie beschikbaar zijn.

Is ieder voertuig geschikt voor OEM-connectiviteit?

Nee. Compatibiliteit hangt onder andere af van fabrikant, model, bouwjaar, land en geactiveerde connected services. Daarom is het verstandig om vóór een grootschalige implementatie eerst de compatibiliteit van het daadwerkelijke wagenpark te analyseren.

Wanneer is Excel niet meer voldoende voor wagenparkbeheer?

Excel wordt minder schaalbaar wanneer het wagenpark groeit, gegevens continu veranderen, meerdere gebruikers met dezelfde informatie werken en data uit verschillende bronnen moet worden gecombineerd. Een centraal platform kan deze datastromen automatiseren en voorkomt dat verschillende versies van dezelfde informatie naast elkaar ontstaan.

Mag een werkgever locatiegegevens van bedrijfsauto’s verwerken?

Dat kan onder voorwaarden. Wanneer locatiegegevens aan werknemers kunnen worden gekoppeld, moet de werkgever een geldige AVG-grondslag hebben en kunnen aantonen dat de verwerking noodzakelijk en proportioneel is. Werknemers moeten bovendien duidelijk worden geïnformeerd over de verwerking. Toestemming is in arbeidsrelaties doorgaans geen geschikte grondslag voor monitoring. Meer info: Autoriteit Persoonsgegevens

Wanneer moet de ondernemingsraad worden betrokken bij fleetmanagementsoftware?

Wanneer een systeem kan worden gebruikt als personeelsvolgsysteem, kan de ondernemingsraad instemmingsrecht hebben over de regeling voor het gebruik ervan. Dit kan ook gelden als monitoring technisch mogelijk is maar nog niet actief wordt gebruikt. Meer info: Autoriteit Persoonsgegevens

Kan wagenparkdata helpen bij de WPM-rapportage?

Ja, wagenparkdata kan bepaalde onderliggende informatie voor WPM helpen verzamelen en controleren. De WPM omvat echter meer dan alleen zakelijke voertuigen, waardoor OEM- of fleetdata op zichzelf geen volledige WPM-rapportage vormt. Voor verslagjaar 2025 geldt de rapportageplicht voor organisaties met 100 of meer werknemers; voor 2026 en later is een wijziging van de grens aangekondigd maar volgens RVO nog afhankelijk van besluitvorming.